Ik heb een cursus gehad over archimate en moet binnenkort een examen inplannen. We hebben nog een aantal examen voorbeeldvragen open staan en deze moest je nadat je de stof had geleerd nog een keertje maken: gewoon om te zien of je alle basis hebt, of misschien nog op een bepaald onderdeel moet focussen.
Ik begin met de passieve structuren, oftewel “passive structures”. Deze passieve structuren worden door de actieve structuren gemanipuleerd, oftewel aangepast (denk CRUD acties).
De tekeningen zijn volgens mij ook altijd hoekig aan de bovenkant…
We beginnen met de business layer en passive structures/elements:

Hierin zie je eigenlijk maar 2 onderdelen:
Business Object en Representation. De belangrijkste bedrijfs concepten staan in deze objecten. Contract is een specialisatie van een BO.

Een Business Object geeft een concept weer, dat gebruikt wordt in een bepaald bedrijfsdomein. ArchiMate focust meer op types dan op instanties. Hiermee wil gezegd worden dat een BO meer een object type (zoals UML of Java Class) zal zijn, waarmee meerdere instanties gemaakt kunnen worden. Heel af en toe worden wel instanties bedoeld, maar dat gaat over singletons. Dus waar maar 1 instantie van mogelijk is. Ze zijn passief omdat ze niets triggeren. Dus niet iets starten, zoals een business proces. Een BO kan gebruikt worden om informatie te laten zien dat vanuit het business point of view van belang is. Een BO kan door een Data Object worden gerealiseerd.
Een BO kan accessed worden, door business proces, business function, business interaction, business events en/of business services.
Een BO kan ook een association, specialization, aggregation of een composition relatie hebben met andere BO’s. Een BO kan realized worden door een representation of een Data Object of beide.
CONTRACT

Een contract toont een formele of informele specificatie van een overeenkomst tussen een leverende- en consumerende partij dat de rechten en plichten specificeert omtrent een product en legt voor functionele en non-functionele parameters voor interactie.
Het element contract kan in de juridische zin, maar ook meer in de informele overeenkomst als zijnde geassocieerd met een product. Het kan ook een SLA zijn of bevatten, wat beschrijft wat de functionaliteit en kwaliteit van de services dat het product levert. Contract is een specialisatie (specialization) van een Business Object.
De relaties die bij een BO van toepassing zijn, zijn ook bij een contract mogelijk. Als extra kan een contract ook nog een aggregation relatie hebben met een product. Product komt uit de business layer als composite element.
Een voorbeeld kan zijn een bank contract of een telebankier contract of een service level agreement contract
REPRESENTATION

Een representation vertegenwoordigt een waarneembare vorm van de informatie dat door een BO wordt gedragen.
Representations (zoals berichten of documenten) zijn de waarneembare dragers van informatie die aan BO’s gerelateerd. Als het relevant is, kunnen representations in verschillende variaties voorkomen. Zoals bijvoorbeeld als medium (electronisch, papier, audio etc) of formaat (HTML, PDF, ASCI, RTC etc). 1 BO kan meerdere representations hebben. En een enkele representation kan ook 1 of meerdere specifieke BO’s realiseren (realize relatie).
Een “meaning” kan geassocieerd worden met een representation die deze meaning draagt. Meaning is een beschrijving dat duidelijk maakt wat het doel is van het element. Net zoals de eerder genoemde representation en business object is het een zelfstandig naamwoord wat betreft de naam van het object. Dus een relatie-bericht of een factuur pdf.
Business Layer en behavior elements
Getekend als ovalen in archimate.

Je ziet 3 onderdelen: Business Proces, Business Function en Business Interaction